Canon van de tijdschriften
Alles van toen en nu over bladenmaken

Spring naar navigatie

1920192519301935194019451950195519601965197019751980198519901995200020052010

 

Beeldtaal 1967

Mogelijkheden voor beeld in tijdschriften

Gemankeerde snapshots, pagina-grote koppen, ellenlange onderschriften, spierwitte pagina’s, onscherpe fotografie, ingekleurde zwart-wit foto’s, tekeningen, gevonden foto’s, gephotoshopt beeld, verschillende papiersoorten, stickervellen, hologrammen, geurpagina’s, pagina’s met louter tekst, opgeplakte handgeschreven ansichtkaarten of echte foto-afdrukken, facsimile zeefdrukken, bewegend beeld in pagina geplakt, geluid-chips, uitklapcovers van een halve meter, tab-jes, kraspagina’s.

Strips

Aanvankelijk hadden de damesbladen een familiestrip, zoals Moeder (‘vakblad voor moeders’) en Margriet met Ukkie van Fred Julsing, over een peuter in een gelukkig gezin. Totdat Nieuwe Revu zich profileerde met Joop Klepzeiker, de eeuwige loser van tekenaar Eric Schreurs. De rebelse strip zorgde voor de doorbraak van Schreurs bij het grote publiek, maar adverteerders waren er minder blij mee. Die wilden er niet naast staan. De Famillie Doorzon van Gerrit de Jager heeft ook weinig op met ‘normale’ gezinnen en was in Nieuwe Revu één van de meest controversiële strips van Nederland. Ook Libelle brak met de brave familiestrip. In 1970 verscheen Jan, Jans en de Kinderen van Jan Kruis. Deze populaire strip markeert een cultuurverschuiving. Op de school van dochter Catootje verschijnt het eerste gekleurde kind, moeder Jans verandert van huisvrouw in carrièrevrouw en nicht Hanna, die vaak op bezoek komt, is BOM-moeder. Van de strip is zelfs een musical gemaakt. Tegenwoordig zijn de vaak autobiografische ‘vrouwenstrips’ een populair genre. De jonge striptekenaars worden wel ‘De Grote Drie’ genoemd: Barbara Stok, Gerrie Hondius (bij Nijgh en Van Ditmar uitgegeven) en Maaike Hartjes, die haar piepkleine dagboekje bijhoudt in Viva.

Cartoons

Veel bladen hebben van oudsher cartoonisten in huis. Cartoonisten zijn mede gezichtsbepalend, want ze scheppen een band met de lezer door te vermaken of door hun commentaar op de wereld. Of ze choqueren. Zo werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw kamervragen gesteld door de Katholieke Volkspartij (KVP) over een als ‘bijzonder grievend’ ervaren cartoon van Yrrah in Vrij Nederland. Hierin liep een zwangere non weg van een Christusbeeld. Dat had verder geen consequenties. Een cartoon van ‘Willem’ (Bernard Willem Holtrop) in het tijdschrift ‘God, Nederland en Oranje’, een uitgave van de provobeweging, veroorzaakte in 1966 wel een schandaal. Koningin Juliana was namelijk als prostituee te zien. De cartoon werd in beslag genomen, Holtrop werd gearresteerd en zowel de tekenaar als de uitgever werden vervolgd wegens majesteitsschennis. Later maakte kunstenaar Aat Veldhoen een veel grovere cartoon met Juliana. Toen gebeurde er niets.

Illustraties

Het gebruik van illustraties in tijdschriften is erg onderhevig aan golfbewegingen. Avenue, Blvd, Panorama en Elegance gebruikten in de jaren vijftig en zestig vaak illustraties ter afwisseling van fotografie. Daarbij verdwenen de illustraties weer min of meer. Vaak werden illustraties gebruikt om het onderwerp te verbeelden, omdat een foto te herkenbaar of te hard zou zijn.
Een verhaal zijn apart zijn de mode-illustraties. In 1857 begon De Bazar en in 1862 De Gracieuse te verschijnen, vol gedetailleerde zwart-wit mode-illustraties met daarbij altijd een zelfmaakpatroon. Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw begon fotografie in de mode een rol te spelen.
Sommige mode-illustratoren zien hun werk met grote regelmaat in de bladen afgedrukt. Zo iemand is Piet Paris, een mode-illustrator van het eerste uur. Zijn silhouetten vertellen precies wat de essentie is van het heersende modebeeld.

[VvdV]