1955196019651970197519801985199019952000200520102015202020252030203520402045
Ook columns over eenvoudige dagelijkse dingen kunnen tot stevige polemieken leiden. Zo schreef Selma Vrooland onder de naam M. Mus vanaf 1982 in Vrij Nederland een column over haar leven als bijstandsmoeder. Na verloop van tijd bleek dat zij al zes jaar niet meer in de bijstand zat en slechts putte uit haar herinneringen. Dit leidde tot een geweldige rel op de redactie van Vrij Nederland die ook weer uitgevochten werd via columns: Piet Grijs (Hugo Brandt Corstius) stond achter Vrooland, Tamar (Renate Rubinstein) vond het bedrog.
Een van de bekendste columnisten in Nederland was Theo van Gogh. Deze opinieleider zocht bij voorkeur de uiterste grenzen op van wat binnen een bepaald tijdschrift nog passend werd gevonden, maar regelmatig ging hij daar ook ver overheen. In welk tijdschrift hij ook schreef, beledigen van personen of bevolkingsgroepen en provoceren waren zijn stijlvormen. Soms met rechtzaken tot gevolg. Hij schreef columns voor onder meer Panorama, Nieuwe Revu, Voetbal International, Vrij Nederland en HP/De Tijd. In bijna alle gevallen vertrok hij met denderende ruzie. Wat dan weer reden was voor een nieuwe polemiek over het recht op vrije meningsuiting en de vraag of daar door iemand op te leggen grenzen aan zijn. Theo van Gogh kende geen enkel taboe: hij vond dat alles gezegd moest kunnen worden. Tact en fijngevoeligheid beschouwde hij als hypocrisie. Tot ieders ontzetting werden zijn zeer uitgesproken standpunten hem op 2 november 2004 fataal, toen hij werd vermoord door een islamitische extremist. De hele Nederlandse pers liet hij ontredderd achter. De vrijheid van mening en het recht die te uiten bleken kwetsbaar.
De column kwam in Nederland pas echt tot bloei vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dit was niet verwonderlijk, gezien de grote maatschappelijke omwentelingen van die tijd met zijn duidelijke voor- en tegenstanders. Voor die tijd vinden we nauwelijks columns. Het blad de Amsterdamsche Dameskroniek dat van 1915 tot 1942 wekelijks verscheen, bevat bijvoorbeeld geen enkele column of zelfs maar commentaar. En dat terwijl de schrijfster Carry van Bruggen er hoofdredacteur was en coryfeeën als Lizzy Ansingh in de redactie zaten. Ook in De Notenkraker, het zondagsblad van het sociaal-democratische dagblad Het Volk dat eerst als bijlage en later apart verscheen, stonden geen columns. Dit ondanks de ondertitel: Politiek satirisch weekblad.
In het Haagse weekblad De Nederlandsche Spectator (1860-1908) verenigde zich een groep vooruitstrevende auteurs, kunstkenners en geleerden met R.C. Bakhuizen van den Brink en Carel Vosmaer als leidende figuren. In dit blad vinden we wel stukjes die we nu columns noemen. De belangrijkste opiniërende rubriek is Vlugmaren. Over het ontstaan ervan liet Vosmaer zelf zich als volgt uit: ‘Het was Juli van 1861 en de Spectatormannen vergaderden in de groote kamer der achterwoning van Nijhoff’s huis. Wij waren noch in wording, in het tweede jaar van ons blad, en bespraken den wensch om een nieuwe rubriek te stichten waarin allerlei zaken van den dag, op vrije, vroolijke wijze zouden behandeld worden’. (Bron: Nop Maas: De Nederlandsche Spectator. Schetsen uit het letterkundig leven van de tweede helft van de negentiende eeuw, Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij Veen, 1986. Op 10 augustus 1861 verscheen zo de eerste aflevering van Vlugmaren, ondertekend door Flanor. ‘Flanor had een duidelijk eigen karakter, was knap, jolig, slagvaardig met een zet, nu vroolijk, dan scherp maar Flanor was ook gul en goedhartig’, aldus Vosmaer. In het begin werd Flanor door verschillende mensen geschreven, vanaf 1864 alleen door Carel Vosmaer. Dit was overigens algemeen bekend.
Met dank aan Job Schouten/Persmuseum