Canon van de tijdschriften
Alles van toen en nu over bladenmaken

Spring naar navigatie

1830183518401845185018551860186518701875188018851890189519001905191019151920

 

Opinie 1877

De illegale pers

Op de dag dat de capitulatie werd getekend, 15 mei 1940, verscheen de eerste illegale uitgave: een handgeschreven opiniërend blaadje op klein formaat van Bernard IJzerdraat onder de titel Geuzenactie. Het was het begin van een brede ondergrondse beweging. In totaal verschenen x tijdens de oorlogsjaren bijna 1300 verschillende illegale titels. In sommige gevallen ging het daarbij om niet meer dan een paar velletjes met de hand overgeschreven nieuwsberichten. In andere gevallen was er sprake van professioneel gedrukte en landelijk verspreide uitgaven. Eén van die grotere titels was Vrij Nederland. Op 31 augustus – de verjaardag van koningin Wilhelmina – verscheen in 1940 het eerste nummer in een gestencilde oplage van 130 exemplaren.
De illegale pers bood, behalve informatie, vooral moreel tegenwicht en hielp bij het ontzenuwen van Duitse propaganda. De illegale pers werd dan ook keihard bestreden door de bezetter. De lijst van gevallenen uit de wereld van de illegale pers telt 777 namen, niet alleen van redactieleden, maar ook van drukkers en verspreiders . Ook Bernard IJzerdraat overleefde de oorlog niet. Hij werd op 13 maart 1941 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Onderzoeksjournalistiek

De nieuwe rol van de pers vanaf de jaren zestig als ‘waakhond van de democratie’ leidde tot de bloei van de onderzoeksjournalistiek. Dit was vooral het geval bij de opiniebladen. Deze beleefden in deze periode hun hoogtijdagen en konden het zich – meer dan de dagbladen – financieel veroorloven redacteuren x voor langere tijd vrij te maken. Deze vaak jongere journalisten werden niet meer gehinderd door overdreven eerbied voor autoriteiten. Zij trachtten door middel van diepgravend onderzoek, al dan niet geholpen door anonieme bronnen en de inzet van de laatste technische snufjes zoals verborgen camera’s en microfoons, misstanden en affaires aan het licht te brengen. Beroemde voorbeelden hiervan zijn de Nollen-affaire uit de jaren zeventig door Rudy van Meurs en de ABP-affaire uit de jaren tachtig door Feike Salverda.
Vanaf de jaren negentig kwam door geldgebrek de onderzoeksjournalistiek ook bij de opiniebladen onder druk te staan. Het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, mogelijk gemaakt door de overheid, is bedoeld om subsidies te verstrekken aan journalisten die zich langdurig aan een onderzoek willen wijden. De overheid financiert dus indirect, via de stichting die het Fonds beheert, zijn eigen waakhond.

1977

1953