1925193019351940194519501955196019651970197519801985199019952000200520102015
Dolle Mina, een groep Amsterdamse studenten, ontstond in 1970 naar aanleiding van de Maagdenhuisbezetting in 1969, waarbij de Universiteit van Amsterdam werd bezet door honderden studenten. De mensen van Dolle Mina vormde een lichtvoetig tegenwicht tegen de meer intellectuele en serieuze actiegroep Man Vrouw Maatschappij (1968), dat in hun ogen teveel deel uitmaakte van de gevestigde orde door met de PvdA te sympathiseren. Om een fundamentele verandering van de samenleving te bewerkstelligen bedacht Dolle Mina allerlei acties die met veel gevoel voor publiciteit werden uitgevoerd. Zo was er een openbare bh-verbranding bij het standbeeld van Dolle Mina.
Zowel Margriet als Libelle haalden de Dolle Mina's binnen. Aanvankelijk ‘bezetten’ deze activisten de Margrietredactie met dweilen en mattenkloppers, omdat het blad vrouwen zou ‘vergiftigen’ met zijn wekelijkse adviezen. Later maakten zij samen met schrijfster Renate Rubinstein een bijlage. Libelle, in 1934 begonnen als ‘gezellig’ blad voor de vrouw voor wie de drie k’s: kerk, keuken en kinderen, de kern van haar bestaan vormden, kwam in 1970 ook met een Dolle Mina-bijlage. Deze sloot aan bij het intussen geëmancipeerde gedachtegoed van de redactie: vrouwen de arbeidsmarkt op en binnenshuis stoppen met hun ondergeschikte rol ten opzichte van de man.
Aletta Jacobs was niet alleen de eerste vrouwelijke arts van Nederland, maar ook de aanstichter van de eerste feministische golf aan het eind van de negentiende eeuw (1870 tot 1920). Zoals vrouwenblad Margriet tijdens de tweede feministische golf de pil propageerde, zo was het Jacobs’ medische en morele overtuiging dat het pessarium als voorbehoedmiddel beschikbaar moest zijn voor vrouwen (omdat zij toen vaak dode kinderen baarden of zelf de zoveelste bevalling nauwelijks overleefden). Dat onderwerp kwam ter sprake in de eerste Nederlandse feministische vrouwentijdschriften die in 1870 werden opgericht door feministe Betsy Perk. Deze bladen, Ons Streven en Onze Roeping, droegen bij aan de verbetering van de positie van de vrouw en aan een verschuiving in het stereotype rollenpatroon. De redacties ervan probeerden de - voornamelijk welgestelde en geletterde - lezers te helpen om financieel zelfstandig te worden. Kortom: ze fungeerden als spreekbuis van de groeiende emancipatiebeweging.
Zo wisten de belangrijkste voorvechtsters van het vrouwenkiesrecht: Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker, dankzij de berichten in Onze Roeping en Ons Streven, andere verontwaardigde vrouwen uit het hele land te mobiliseren in hun strijd. Beide bladen bespoedigden zo het bereiken van het gewenste doel. Vanaf 1917 was het niet meer alleen aan ‘de heren’ voorbehouden van het kiesrecht gebruik te maken: ook vrouwen konden tot volksvertegenwoordiger worden gekozen (passief kiesrecht) en in 1919 kregen alle Nederlandse vrouwen boven de 23 jaar ook het actief kiesrecht.