1655166016651670167516801685169016951700170517101715172017251730173517401745
Een zekere Peter Rabus maakte in 1692 Boekzaal van Europe. Het was het eerste tijdschrift voor wetenschappers in het Nederlands. Deze groep werd daarvoor alleen in het Latijn en Frans bediend. Als het eerste, op een breder publiek gerichte tijdschrift wordt de in 1698 gelanceerde Haegsche Mercurius beschouwd. De inhoud was meer ‘ter vermaak’. Een citaat uit het nummer van 6 augustus: “…waar toe malkanderen den hals gebrooken? Waar toe kan ’t nut zyn? Ter contrarie, laat ons malkander wat goeds doen, dan kunnen de mooye Meisjes mee op ’t slagveld verschynen….”
De definitie van een publiekstijdschrift is regelmatig bijgesteld, maar als unieke kenmerken worden altijd ‘bestemd voor een groot publiek’, ‘over de achtergronden van het nieuws’, ‘ter ontspanning’ en ‘ondersteund door beeld’ genoemd. Omdat het medium altijd een ‘schrift van de tijd’ is geweest, zijn alle ontwikkelingen in het vak te verklaren uit het leven van alledag. Daarnaast zorgde de techniek steeds voor nieuwe impulsen. Zoals tegenwoordig automatisering en internet voor vernieuwing zorgt, creëerde de komst van de petroleumlamp en de gasverlichting halverwege de negentiende eeuw meer tijd voor lezen.
De verzuiling zorgde in het begin van de twintigste eeuw voor veel nieuwe titels. Het doelgericht denken van de bladenmakers werd er door aangescherpt. Na de Eerste Wereldoorlog ‘vervielen de tijdschriften in een soort apathie’, aldus Gerard Vermeulen in Het Tijdschrift, Handboek voor Journalisten uit 1980. Desalniettemin wijst hij op het opmerkelijke ontstaan van twee vrouwenbladen: Libelle in 1934 en Margriet in 1938. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen veel bladen niet terug, maar deze twee wel. En hoe!
De economische groei die in de jaren vijftig werd ingezet, leidde in de jaren zestig tot de grote bloeiperiode van tijdschriften. Men had het beter en had meer vrije tijd. De tijdschriftenbranche speelde hier met veel creativiteit op in. Er kwamen meer uitgeverijen en meer bladen op de markt en er werden steeds meer specifieke segmenten bediend. Twee decennia leefde ‘het tijdschrift’ in weelde. Er werd vanuit de krantenwereld enigszins neergekeken op publiekstijdschriften, en zeker op de vrouwenbladen, maar het succes bewees dat dit onterecht was. Vanuit tijdschriften werden veel nieuwe vak-ontwikkelingen ingezet.
De technologie veranderde het medialandschap volledig. TV en internet werden geduchte concurrenten van het medium tijdschriften. Vooral vanwege de tijd die bij de lezer werd weggetrokken. Uitgevers zetten een andere bril op. De lezer werd consument, het tijdschrift werd in marketingtermen een merk. De opgebouwde band met de lezer werd de basis voor de activiteiten van het tijdschrift op verschillende media-fronten. Met vallen en opstaan, en niet voor elke titel even succesvol, zijn tijdschriftmerken en –makers de uitdaging van een nieuwe toekomst aangegaan.
Koos de Boer
Verder:* De belangrijkste uitgeverijen
Lees verderVanaf het eerste tijdschrift, de Haegsche Mercurius van 1698, hebben tijdschriften maatschappelijke stromingen gemarkeerd. Ze doen hun naam eer aan: het zijn schriften van de tijd. De groei en bloei van de tijdschriftenbranche werd bepaald door de innovaties van communicatie-technieken.