1930193519401945195019551960196519701975198019851990199520002005201020152020
Vanaf de opkomst van de grote georganiseerde sporten zijn er sportbladen geweest. Een van de eerste was Het Sportblad (1889). De redactie in Den Haag werd gevoerd door Pim Mulier, die meer bekendheid genoot als topsporter dan als journalist. Mulier haalde de voetbalsport vanuit Engeland naar Nederland en richtte in 1879 de eerste voetbalclub HFC op. In 1890 reed hij als eerste de Elfstedentocht.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw kwamen er meer sportbladen: De Sport, De Sportkroniek, Sport in Beeld. In Amsterdam werd in 1907 het eerste echte geïllustreerde sporttijdschrift gelanceerd: De Revue der sporten. Deze bladen waren vanwege de distributie - of het gebrek daaraan - sterk gericht op een stad of streek.
Voor het tv-tijdperk brachten sportbladen en kranten nauwkeurige verslagen, bijna van minuut tot minuut, over het gebeuren op het veld. De heren sportverslaggevers (toen nog alleen mannen) zaten hoog en droog op de tribune, met links een glaasje jenever en rechts hun schrijfblok. Na de wedstrijd schreven ze een beoordeling van wat ze hadden gezien. De komst van de eerste sportuitzendingen op zondagavond bracht daar in eerste instantie geen verandering in. Een jong ploegje redacteuren van de kleine katholieke middagkrant De Tijd dacht er anders over. Zij daalden, letterlijk en figuurlijk, de tribune af en zochten spelers en trainers op. Met hun reacties bracht je tenslotte iets nieuws op maandagmiddag. Dat werd een ommekeer in de sportjournalistiek. Ook in de sportbladen, die nog minder actueel waren. Uit die tijd stammen ook de (betaalde) columns van bekende topsporters, overigens geschreven door ghostwriters.
De grote topjaren van de sportbladenjournalistiek en dus ook van VI kwamen toen de Oranje-gekte losbarstte. Hoewel iedere voetballiefhebber weet dat we vóór WO II “We gaan naar Rome” zongen is de echte gekte los gebarsten tijdens het Wereldkampioenschap 1974 in Duitsland. Plotseling speelden ‘we’ het mooiste voetbal van de wereld, al verloren “we” de finale. En in 1988 werd Oranje zelfs Euopees kampioen. Het betekende veel radio en tv en voor de voetballiefhebber werd VI een verplicht nummer. De primeurs dankzij het unieke netwerk maakten het ‘merk VI” ijzersterk. Het mag ook niet worden onderschat hoe VI met de digitale tijd is meegegaan. Al heel snel werd een site ingezet om de lezers interactief via dat kanaal aan zich te binden. En dan is het tv-programma waarin de hoofdredacteur niet schroomt primeurs van het blad alvast weg te geven. Zoals Johan Cruijff tijdens dat WK’74 alle aanslagen op zijn benen wist te ontwijken, zo blijft ook VI overeind bij het dagelijkse geweld van verschillende media om z’n autoriteit over te nemen.
Koos de Boer
Verder: *Concurrentie van dagbladen *Andere sporten *Sport=voetbal "Sportspecials *Hard Gras
Lees verder